Leo van Velzen: de dansende fotograaf 

Voor de Canadese micro-socioloog Erving Goffman (1922-1982) vielen leven en theater samen. Mensen spelen een rol, voeren zich zichzelf op als persona, doen aan impressiemanagement en gedragen zich anders backstage (privé) dan frontstage (publiek). Zijn boek De dramaturgie van het dagelijks leven bevelen wij u van harte aan.  

Eigenlijk wilde fotograaf Leo van Velzen het liefst zelf ook ‘bukken’ na een theater- of dansvoorstelling. Als man met grote liefde voor theater en dans – en dan in het bijzonder voor de acteurs, actrices, dansers en danseressen – wist hij zich zo in te leven in de mensen die hij portretteerde dat hij zelf acteur of danser werd. Wie zijn spetterende foto’s – vol intense levenslust, of beter: levensdrift – aanschouwt, zal het niet verbazen dat hij op handen gedragen werd door diezelfde acteurs en dansers, die na afloop van een stuk bukten om het publiek te bedanken.  

De mare gaat dat Van Velzen, geroemd om zijn bescheidenheid – hoewel de legendarische psychiater Louis Tas van mening was dat er alleen valse bescheidenheid bestaat – toch eenmaal, door Conny Janssen, het podium werd opgeroepen als dank voor zijn liefde en  inzet voor de danswereld.Althans, dat beweert zijn ‘allerbeste en alleroudste’ vriend en collega-fotograaf Vincent Mentzel. Of het zo is gegaan, of niet, doet niet ter zake – het moet een gelukzalig moment zijn geweest voor deze bescheiden grootmeester. 

Want een grootmeester, dat is Leo van Velzen.  

Van Velzens portretten zijn eerst en vooral liefdesverklaringen, zijn landschappen heilige grond, zijn (zwartwitte!) zonnebloemen amorfe wezens.Hier kust een bevlogen (soms zelf romantisch te noemen) fotograaf zijn materiaal – mens, natuur, architectuur, zee en lucht.  

Uit al zijn werk spreekt liefde voor de mens, liefde voor het leven.

Het duurde lang voordat het genre fotografie definitief werd toegelaten tot het domein van de ‘fine art’. De fotografie zelf bestaat al bijna 200 jaar, maar pas in 1940 werd in het vermaarde MoMA in New York een ‘Department of Photography’ ingericht. Lang werd fotografie gezien als werk in opdracht (kranten, modebladen) en ook nog in oplage, en kon het daarom lang niet rekenen op de pauselijke zegening vanuit de kunstwereld. Pas in de jaren zeventig werd de fotografie definitief omarmd. Ed van der Elsken en de Amerikaan WeeGee waren wegbereiders: hun werk vond al snel de weg naar de kunstwereld.  

Volgens Vincent Mentzel werd Peter Martens keer op keer afgewezen voor de Beeldende Kunst regeling, tót Jan Riezenkamp (van 1974-1978 wethouder van Financiën en Kunstzaken van Rotterdam) ten tonele verscheen: die verordonneerde dat fotografie kunst was, punt uit. En zo geschiedde. 

Het is daarom extra vreugdevol dat het werk van Leo van Velzen nu middels een boek en een expositie bij Weisbard óók de credits krijgt die hij verdient. Dit is fotografie met een grote F, fotografie die gezien moet worden, fotografie ingebed in de voedzame humuslaag die Rotterdam heet.  

En nu we het toch over Rotterdam hebben… De Amsterdammers Cas Oorthuys, Ed van der Elsken, Aart Klein en Maria Austria waren geweldige observatoren met gevoel voor de Zeitgeist. Hun namen weerklinken vaker dan die van hun evenknieën Robert de Hartogh (1942-2022) Ton denHaan (1937-2024), Jan Henderik (1935-2018), Peter Martens (1937-1992) én Leo van Velzen – fotografen die tot de Rotterdamse School gerekend kunnen worden, een school die zich kenmerkt door intens, rauw en dicht op de huid gemaakt werk.  

Concerned photography! 

 

Het leven! 

Voor minder doen we het niet.  

En jij ook niet. 

 

Komt dat zien! 

 

Expositie: Leo van Velzen  – Theaterfotograaf

Opening: donderdag 15 januari om 20.00 uur (inloop 19.30 uur)

Te zien: 16 januari tot en met 7 februari – vrij/za/zo van 12.30 tot 17.30 uur