STOF TER OVERPEINZING
Alles is kunst en kunst is alles. Maar dat besef, dat je van alles kunst kan maken, en dat alles kunst kan zijn – deels afhankelijk van de context waarin het wordt getoond – heeft nog niet zo heel lang geleden postgevat. Ruim honderd jaar geleden werd voor het eerste non-figuratieve – abstracte – kunst gemaakt en fotografie bestaat weliswaar honderdvijftig jaar, maar wordt pas sinds enkele decennia gezien als serieuze kunstvorm.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond het besef dat dat kunst meer vermag te zijn dan schilderijen, tekeningen, etsen en sculpturen, en ontstonden stromingen als Arte Povera (kunst gemaakt van goedkope, ‘waardeloze’ materialen), Fluxus (‘Concert voor belegde broodjes’), A-dynamische kunst (slappe, saaie materialen, oninteressante kunstwerken), Pop Art (kunst als product, het product als kunstwerk) en Land Art (aarde, rotsen, water, grond, stenen, kortom: letterlijk werk in situ), met als bescheiden hoogtepunt het ‘onzichtbare’ kunstwerk dat Maurizio Cattelan in 1991 als gestolen opgaf bij de Italiaanse carabinieri: het opgemaakte proces-verbaal over de vermissing werd – uiteraard – het kunstwerk.
Textielkunst is lang gezien als decoratief genre, vergelijkbaar met ambachtelijke houtsnijwerk, schilderijtjes voor toeristen of ‘commerciële’ fotografie. Huisvlijt, op haar best: tapijten, wandkleden, leuk voor boven (of voor) de bank. Pioniers als Sonia Delaunay en Sophie Taeuber-Arp werkten echter al sinds het begin van de vorige eeuw met stoffen, en een aantal aan Bauhaus gerelateerde kunstenaars, met Anni Albers voorop, maakte al zeer vroeg geometrisch georiënteerd werk of stof.
De doorbraak kwam echter in de jaren zestig en zeventig, met de opkomst van wat men nu noemt Fibre Art, waarbij de muur (traditioneel de plek waar textiel werd opgehangen) werd verlaten, de driedimensionale toepassing ontstond en kunstwerken ook in de ruimte konden worden geplaatst. Ook werd de stap gezet van weven naar meer robuuste (vezel)technieken, zoals knopen en vlechten. Bekendste namen: Magdalena Abakanowicz, Lenore Tawney en Sheila Hicks. En waar klassieke textielkunst vaak ook een praktische component had (deken, spreien, kleding, stoffering) werd die in de jaren zestig ontdaan van die huiselijke component, mede door de opkomst van het feminisme: het werd op zichzelf staande, autonome kunst – een statement.
Tegenwoordig is textiel, stof, en naald & draad zeer dominant in de kunstwereld. De herontdekking van stof in de kunst zal ook te maken hebben met de toegenomen aandacht voor recycling en hergebruik van materialen, het besef van ‘zero waste’, maar ook door herwaardering van met name vrouwelijke kunstenaar (en technieken). Ook het tactiele – fysieke – aspect van textielkunst speelt een rol, juist in een steeds meer digitale wereld.
Bekende hedendaagse namen zijn Louise Bourgeois, Ghada Amer, Grayson Perry, El Anatsui, William Kentridge en Nick Cave, en dichter bij huis, Thomas Renwart, Gommaar Gilliams, Joana Schneider, Klaas Rommelaere, Claudy Jongstra en Tom van der Borgch, Michael Raedecker en Marcos Kueh.
En ook: de vermenging met mode, dat niet alleen gezien kan worden als ‘draagbare kunst’, maar ook als dé plek waar klassieke technieken met hedendaagse materialen worden ‘verknoopt’. Zo raakt kunst in de mode, en mode in de kunst – denk aan ontwerpers Iris van Herpen, Marina Yee, Dirk Van Saene en Walter van Beirendonck, die hun kunst (maar soms ook hun creaties) in gerenommeerde galeries tonen.
Het is daarom met gepaste trots dat Galerie Weisbard op NAP+ speciale aandacht geeft aan een viertal kunstenaars dat met deze kunstvorm furore heeft gemaakt: Berend Strik, Saminte Ekeland, Moataz Alqaissy en Meta Struycken, die ooit zei: ‘Kledingstukken moeten niet langer worden gezien als vluchtige passanten, maar een onderdeel worden van ons leven.’
En zo is het!
Team Weisbard